Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 december 2016

Onder 2.6.2 Parket bij de Hoge Raad 2 december 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 december 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1237.

Het voorgaande geldt, aldus het middel, in ieder geval in de omstandigheden van het voorliggende geval, nu de wederpartij zich erbij heeft neergelegd dat de overeenkomst niet meer wordt uitgevoerd en er sprake is van een stilzwijgende beëindiging van de overeenkomst ( subonderdeel 1.4 ), althans dat de wederpartij wist dat zij contracteerde met een lege projectvennootschap en geen zekerheden heeft bedongen voor de koopprijs en/of eventuele schadevergoeding en geen sprake is geweest van vermogensonttrekkingen aan de projectvennootschap door de bestuurder, maar slechts sprake is van het niet voorzien van financiële middelen om te kunnen voldoen aan de schadevergoedingsplicht ( subonderdeel 1.5 ). Volgens subonderdeel 1.6 heeft het hof miskend dat voor de vraag of er sprake is van een ernstig verwijt bezien dient te worden wat de aard en de ernst van de normschending is en acht dient te worden geslagen op de overige omstandigheden van het geval.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cd998d663aa76de4ea576efeae41c6458f91b9887d88c6e494fa2d9524a4437c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cd998d663aa76de4ea576efeae41c6458f91b9887d88c6e494fa2d9524a4437c, en de alinea staat in dat document op bytes 29290 tot 30477.