Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 december 2016

Onder 3.9 Parket bij de Hoge Raad 1 december 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 december 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1238.

Dit oordeel van het hof deelt belanghebbende niet en berust naar haar stellige overtuiging op een onjuiste interpretatie van het hof van het vertrouwensbeginsel. Bij inactiviteit van de inspecteur in relatie tot een beroep op het vertrouwensbeginsel, speelt de duur van de inactiviteit een maatgevende rol. In casu is geen sprake van een periode van enkele maanden, maar zoals eerder aangegeven ruim vier en een half jaar, met daar tussendoor ook nog een door de inspecteur ingesteld boekenonderzoek waarin de betreffende problematiek door de inspecteur niet aan de orde wordt gesteld, terwijl deze overigens over alle terzake benodigde informatie beschikte. De in het geding zijnde periode van inactiviteit van de zijde van de inspecteur is zodanig lang, dat daarmee vertrouwen is opgewekt en de inspecteur het recht heeft verspeeld om de in het geding zijnde naheffingsaanslag te kunnen opleggen. Het oordeel van het hof getuigt in dit verband van een onjuiste uitleg van het vertrouwensbeginsel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b2ed10e9f3d7fb2f898e90605afbf11affe36cefc244b7fb10a92334bf88fba4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b2ed10e9f3d7fb2f898e90605afbf11affe36cefc244b7fb10a92334bf88fba4, en de alinea staat in dat document op bytes 88345 tot 89356.