Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 december 2016

Onder 4.15 Parket bij de Hoge Raad 1 december 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 december 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1238.

In dit kader is ook het arrest HR 21 augustus 1996, nr. 29 614, V-N 1996, 3368 inzake een verzoek om terugbetaling van belang. Hieruit volgt dat indien de belastingdienst een gestort bedrag abusievelijk en buiten de wil van belanghebbende om terugbetaalt, dit niet kan meebrengen dat de belanghebbende niet heeft betaald in de zin van art. 20 AWR. Hierover besloot de Hoge Raad in de onderhavige kwesties dat er geen sprake was van een terugbetaling die niet buiten de wil van belanghebbende geschiedde, reeds om de reden dat ten tijde van het opleggen van de naheffingsaanslag nog niet was terugbetaald. Eo ipso lijkt dit te betekenen dat als de terugbetaling had plaatsgevonden vóórdat de naheffingsaanslag was opgelegd, er wel ruimte zou zijn geweest voor een naheffingsaanslag. Dit is evenwel verdergaand dan het arrest van 21 augustus 1996. Daarnaast lijkt het een innerlijk tegenstrijdig oordeel te behelzen. Het gegeven dat het bedrag - buiten de wil - van belanghebbende wordt teruggestort, waarna wordt nageheven, neemt immers niet weg dat 'betaald' is. Het ligt dan voor de hand om de gekozen werkwijze in ieder geval aan de fiscus toe te rekenen. Meer genuanceerd is in mijn optiek bij een dergelijke gang van zaken geen plaats voor een verzuim- of vergrijpboete.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b2ed10e9f3d7fb2f898e90605afbf11affe36cefc244b7fb10a92334bf88fba4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b2ed10e9f3d7fb2f898e90605afbf11affe36cefc244b7fb10a92334bf88fba4, en de alinea staat in dat document op bytes 133441 tot 134794.