Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 december 2016

Onder 4.19 Parket bij de Hoge Raad 1 december 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 december 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1238.

De belanghebbende heeft voor elk aangiftetijdvak twee aangiften loonheffingen ingediend. In het systeem van de Belastingdienst vervangt een tweede aangifte de eerste aangifte; de eerste aangifte wordt door de tweede aangifte ’overschreven’. Omdat alleen de tweede aangiften meetellen, verleent de Belastingdienst teruggaaf van wel degelijk verschuldigde loonheffingen. De teruggaaf is dus ten onrechte verleend. Naheffing van ten onrechte verleende teruggaven is ingevolge het wettelijk systeem slechts mogelijk als de teruggaven hebben plaatsgevonden op verzoek. Dat is hier niet het geval. Niet van belang is dat de belanghebbende mogelijk wist dat de teruggaven ten onrechte werden verleend. Bij de toepassing van art. 20 AWR (naheffingsbevoegdheid) doet kwade trouw, anders dan bij de toepassing van art. 16 AWR (navorderingsbevoegdheid), niet ter zake. De rechtbank vernietigt daarom de naheffingsaanslagen. Zij kent daarbij geen betekenis toe aan de (kennelijke) afspraak die de Belastingdienst en belanghebbende hadden gemaakt om te handelen in overeenstemming met het Handboek Loonheffingen. Het oordeel van de rechtbank houdt kort en goed in dat ook in dit geval de werkwijze waarvoor de Belastingdienst om hem moverende redenen heeft gekozen, voor zijn rekening dient te komen. Dit lijkt ons juist.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b2ed10e9f3d7fb2f898e90605afbf11affe36cefc244b7fb10a92334bf88fba4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b2ed10e9f3d7fb2f898e90605afbf11affe36cefc244b7fb10a92334bf88fba4, en de alinea staat in dat document op bytes 141899 tot 143224.