Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 december 2016

Onder 4.23 Parket bij de Hoge Raad 1 december 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 december 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1238.

De rechtbank volgt de lijn uit het arrest van de Hoge Raad van 16 januari 2009, nr. 08/02766, NTFR 2009/170. Hierin heeft de Hoge Raad, uitgaande van de letterlijke tekst van art. 20 AWR, geoordeeld dat een (ambtshalve) teruggaaf op een verzoek (buiten de reguliere aangiften om, lees: suppletieaangifte) van de belastingplichtige geen teruggaaf is op ‘een ingevolge de belastingwet gedaan verzoek’ zoals art. 20 AWR stelt. Derhalve konden de ten onrechte gedane teruggaven niet worden nageheven. Daarop heeft de wetgever de tekst van de wet per 2010 gewijzigd en hoeft het niet meer om een ingevolge de belastingwet gedaan verzoek te gaan, maar is een verzoek zonder wettelijke grondslag waaraan ten onrechte gehoor is gegeven ook voldoende voor naheffing. Voor zover voor deze casus van belang bepaalt art. 20 AWR nu dat mag worden nageheven als de belasting die op aangifte behoort te worden afgedragen geheel of gedeeltelijk niet is betaald, waaraan gelijk wordt gesteld het geval waarin naar aanleiding van een verzoek ten onrechte of tot een te hoog bedrag teruggaaf van belasting is verleend.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b2ed10e9f3d7fb2f898e90605afbf11affe36cefc244b7fb10a92334bf88fba4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b2ed10e9f3d7fb2f898e90605afbf11affe36cefc244b7fb10a92334bf88fba4, en de alinea staat in dat document op bytes 155020 tot 156136.