Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 december 2016

Onder 4.26 Parket bij de Hoge Raad 1 december 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 december 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1238.

Art. 20, eerste lid, tweede volzin, AWR bepaalt dat naheffing ook kan plaatsvinden in het geval dat naar aanleiding van een gedaan verzoek, ten onrechte of tot een te hoog bedrag, vrijstelling of vermindering van inhouding dan wel teruggaaf van belasting is verleend. Het gaat hier enerzijds om verzoeken die in de belastingwet als zodanig zijn geregeld en anderzijds om gevallen waarin naar aanleiding van een verzoek van de belastingplichtige vrijstelling, vermindering van inhouding of teruggaaf van belasting is verleend. Tot 1 januari 2010 was vereist dat het moest gaan om een 'ingevolg[d]e de belastingwet gedaan verzoek'. Naar aanleiding van een aantal arresten van de Hoge Raad (HR 16 januari 2009, nr. 42 746, 07/10527 en 08/02766) bleek het onwenselijk dat ingeval een belastingplichtige op eigen initiatief verzocht om vermindering van inhouding of teruggaaf van belasting, naheffing niet mogelijk was. Op grond van de huidige wettekst is het nog steeds niet mogelijk om na te heffen naar aanleiding van een ambtshalve verleende vrijstelling of vermindering van inhouding van belasting, of teruggaaf van belasting, indien hieraan geen verzoek van de belastingplichtige vooraf gegaan is. Wanneer de Belastingdienst geheel eigener beweging (ambtshalve) een dergelijke beslissing neemt, mag de belastingplichtige ervan uitgaan dat dit berust op een bewuste en weloverwogen standpuntbepaling, waaraan het nodige onderzoek vooraf is gegaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b2ed10e9f3d7fb2f898e90605afbf11affe36cefc244b7fb10a92334bf88fba4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b2ed10e9f3d7fb2f898e90605afbf11affe36cefc244b7fb10a92334bf88fba4, en de alinea staat in dat document op bytes 165636 tot 167096.