Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 december 2016
Onder 4.27 Parket bij de Hoge Raad 1 december 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 december 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1238.
De aanleiding van deze wetswijziging lag in de sfeer van de omzetbelasting. In de sfeer van de omzetbelasting was een praktijk gegroeid waarbij na afloop van het jaar suppletieaangiften werden ingediend, ter correctie van de in het loop van het jaar ingediende reguliere aangiften. Een bijzonder aspect van de suppletieaangifte betreft de ten onrechte teruggevraagde omzetbelasting. Als een belastingplichtige door middel van een suppletie verzoekt om teruggaaf van omzetbelasting kan dat leiden tot een ambtshalve teruggaaf. Op zichzelf bezien zou een dergelijke suppletie/aangifte gezien kunnen worden als een bezwaarschrift tegen het bedrag dat op aangifte is voldaan, zij het dat in de regel de suppletie niet binnen de zeswekentermijn wordt ingediend. Dan wordt het in behandeling genomen als een verzoek om ambtshalve teruggaaf. Wanneer de inspecteur nu nadien constateert dat de teruggaaf ten onrechte is verleend kan naheffing tot problemen leiden. In een drietal arresten van 16 januari 2009 heeft de Hoge Raad zich over deze kwestie uitgelaten. De Hoge Raad oordeelde dat naheffing van aanvankelijk op aangifte voldane, maar later teruggevraagde belasting mogelijk is. Door de (onterechte) teruggaaf verkeert de belastingplichtige in de positie waarin hij zich bevond voor de voldoening op aangifte en heeft de inspecteur in beginsel de bevoegdheid tot naheffing, als ware het desbetreffende bedrag niet eerder betaald en teruggegeven (zie HR 16 januari 2009, nr. 07/10527, V‑N 2009/6.7). Bij deze naheffing kan echter geen vergrijpboete worden opgelegd (zie HR 16 januari 2009, nr. 42 746, BNB 2009/65, (m. nt. Zwemmer; FED 2009/27, m. aant. Van Norden; V‑N 2009/6.8). In een geval echter waarin aanvankelijk correct aangifte was gedaan en voldaan, maar later (ten onrechte) teruggaaf van voorbelasting werd gevraagd en verkregen, kon de teruggaaf niet door middel van heffing ongedaan worden gemaakt (zie HR 16 januari 2009. nr. 08/02766, V‑N 2009/6.6).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b2ed10e9f3d7fb2f898e90605afbf11affe36cefc244b7fb10a92334bf88fba4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b2ed10e9f3d7fb2f898e90605afbf11affe36cefc244b7fb10a92334bf88fba4, en de alinea staat in dat document op bytes 168846 tot 170830.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b2ed10e9f3d7fb2f898e90605afbf11affe36cefc244b7fb10a92334bf88fba4 | shasum -a 256