Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 oktober 2016
Onder 12 Parket bij de Hoge Raad 11 oktober 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 oktober 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1247.
Aan de door de verdediging bepleite vrijspraak van het onder 1 en 2 ten laste gelegde is in de eerste plaats ten grondslag gelegd dat het enkele feit dat het openbaar ministerie de zaak tegen de verbalisanten heeft geseponeerd en de klacht van de verdachte ex artikel 12 van het Wetboek van Strafvordering is afgewezen, niet wil zeggen dat er sprake is van een valse aangifte en onware uitlatingen. Voorts wordt er in het rapport van de Landelijke Expertise- groep Bijzondere Zedenzaken (hierna ook: LEBZ) geoordeeld dat er aanwijzingen zijn dat er sprake zou kunnen zijn van een valse aangifte. Dat is iets anders dan wettig en overtuigend bewijs. In dit rapport is geadviseerd om hieromtrent nader onderzoek te doen, maar dit heeft niet plaatsgevonden. Daar komt nog bij, aldus de raadsman, dat de verdachte ervan overtuigd is dat een en ander is gebeurd zoals zij verklaart.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/91bead1253af235f36bcb723bc410c94c2ec71d757820287110f9e6072363cea. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 91bead1253af235f36bcb723bc410c94c2ec71d757820287110f9e6072363cea, en de alinea staat in dat document op bytes 38268 tot 39158.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/91bead1253af235f36bcb723bc410c94c2ec71d757820287110f9e6072363cea | shasum -a 256