Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 oktober 2016
Onder 12 Parket bij de Hoge Raad 11 oktober 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 oktober 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1247.
24. Een onjuiste uitleg van de woorden ‘wetende dat’ in art. 262 Sr blijkt volgens de steller van het middel uit de volgende door het hof gebezigde bewoordingen: “(…)het volstrekt onaannemelijk dat de verdachte, terwijl zij die verklaringen aflegde, niet beseft zou hebben dat zij onwaarheden sprak.” Door het gebruik van het woord besef kan het hof gedoeld hebben op vol opzet, voorwaardelijk opzet en zelfs op schuld, terwijl vol opzet is vereist, aldus de steller van het middel.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/91bead1253af235f36bcb723bc410c94c2ec71d757820287110f9e6072363cea. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 91bead1253af235f36bcb723bc410c94c2ec71d757820287110f9e6072363cea, en de alinea staat in dat document op bytes 40851 tot 41360.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/91bead1253af235f36bcb723bc410c94c2ec71d757820287110f9e6072363cea | shasum -a 256