Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 oktober 2016

Onder 26 Parket bij de Hoge Raad 11 oktober 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 oktober 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1247.

Uit de bewijsmiddelen blijkt dat de verdachte in een kort tijdsbestek tegen meerdere personen in haar omgeving heeft verteld dat zij verkracht was door de politieambtenaren [verbalisant 1] en [verbalisant 2] en dat zij daarvan aangifte had gedaan. Niet blijkt dat de verdachte daarbij heeft benadrukt dat haar mededelingen in vertrouwen werden gedaan of geheim dienden te blijven. In tegendeel: uit de vraag van de verdachte aan de getuige [betrokkene 1] ‘of zij soms al iets gehoord had in Werkendam’, waarop de verdachte de getuige vertelde dat zij was aangerand of verkracht door de wijkagent, kan naar het oordeel worden afgeleid dat het de verdachte er juist om te doen was dat haar verhaal over de aanranding of verkrachting door de verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] in Werkendam bekend zou worden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/91bead1253af235f36bcb723bc410c94c2ec71d757820287110f9e6072363cea. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 91bead1253af235f36bcb723bc410c94c2ec71d757820287110f9e6072363cea, en de alinea staat in dat document op bytes 48978 tot 49814.