Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 oktober 2016

Onder 26 Parket bij de Hoge Raad 11 oktober 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 oktober 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1247.

36. Met betrekking tot feit 2 heeft het hof overwogen dat de verdachte de mededeling in een kort tijdsbestek tegen meerdere personen in haar omgeving heeft gedaan, terwijl niet is gebleken dat zij heeft benadrukt dat haar mededelingen in vertrouwen werden gedaan of geheim dienden te blijven. Uit het feit dat de verdachte aan één van deze personen heeft gevraagd ‘of zij soms al iets gehoord had in Werkendam’, waarop de verdachte de mededeling deed, volgt naar het oordeel van het hof voorts dat het er de verdachte om te doen was dat de mededeling in Werkendam bekend zou worden. Met betrekking tot feit 3 heeft het hof overwogen dat uit het feit dat de medeverdachte bij één van de personen waaraan de mededeling is gedaan nadien nader heeft geïnformeerd of zij daarover al meer wist, volgt dat het er de verdachten kennelijk om te doen was dat de mededeling verder zou worden verspreid en door een breder publiek besproken zouden worden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/91bead1253af235f36bcb723bc410c94c2ec71d757820287110f9e6072363cea. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 91bead1253af235f36bcb723bc410c94c2ec71d757820287110f9e6072363cea, en de alinea staat in dat document op bytes 59452 tot 60416.