Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 december 2016

Onder 4.14 Parket bij de Hoge Raad 8 december 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 december 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1255.

2. De voorgestelde regeling voor recreatieterreinen heeft voor recreatiewoningen die zakenrechtelijk een geheel vormen met een recreatieterrein tot gevolg dat de exploitant van het gehele terrein geldt als gebruiker voor de OZB. De Gemeentewet (artikel 220b) biedt de exploitant daarbij wel de mogelijkheid een evenredig deel van die belasting te verhalen op degene aan wie een gedeelte van die onroerende zaak - zoals de afzonderlijke recreatiewoningen - in gebruik zijn gegeven. In dit verband wordt nog gewezen op het Besluit verhaal onroerende-zaakbelasting, waarin nadere regels worden gegeven over de wijze van verhaal. Daarbij geldt voor de werkelijke gebruiker van de afzonderlijke recreatiewoningen geen zelfstandig recht om bij de gemeente bezwaar te maken tegen het deel van de OZB-aanslag waarvoor hij door de exploitant wordt aangesproken. Ook bestaat er geen recht op kwijtschelding.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/553ebbfe8ff4bc430e3ccd631fd1f11ae3ca4406a664510f308d6fc357322b5d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 553ebbfe8ff4bc430e3ccd631fd1f11ae3ca4406a664510f308d6fc357322b5d, en de alinea staat in dat document op bytes 72451 tot 73361.