Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 december 2016
Onder 3.4.3 Parket bij de Hoge Raad 8 december 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 december 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1255.
Art. 16, onderdeel e, Wet WOZ beoogt dat de afbakening van recreatieterreinen als afzonderlijke objecten achterwege blijft wanneer het gaat om een geheel van onroerende zaken, zoals recreatiewoningen en stacaravans, dat bijeengenomen een terrein vormt dat bestemd is voor verblijfsrecreatie en als zodanig wordt geëxploiteerd. Bij de waardebepaling van een dergelijk object staat niet de waarde van de afzonderlijke recreatiewoningen en onroerende stacaravans centraal, maar de waarde van het recreatieterrein als geheel. Indien er een zakelijkgenotsgrens door het recreatieterrein loopt - bijvoorbeeld een (al dan niet huurafhankelijk) recht van opstal dan wel anderszins - dient deze grens wat de objectafbakening betreft uiteraard wel te worden gerespecteerd. Deze afbakeningsregel heeft ook gevolgen voor belastingheffing indien per WOZ-object wordt geheven (bijvoorbeeld de energiebelasting).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/553ebbfe8ff4bc430e3ccd631fd1f11ae3ca4406a664510f308d6fc357322b5d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 553ebbfe8ff4bc430e3ccd631fd1f11ae3ca4406a664510f308d6fc357322b5d, en de alinea staat in dat document op bytes 119759 tot 120670.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/553ebbfe8ff4bc430e3ccd631fd1f11ae3ca4406a664510f308d6fc357322b5d | shasum -a 256