Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 oktober 2016

Onder 3.2 Parket bij de Hoge Raad 21 oktober 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 oktober 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1257.

Klacht 1(a) acht ik gegrond. Krachtens art. 2 van de Onteigeningswet zijn de bepalingen van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering op het geding tot onteigening toepasselijk, voor zoveel daarvan bij de Onteigeningswet niet is afgeweken. Ook in het onteigeningsgeding geldt, naar algemeen wordt aangenomen, verplichte procesvertegenwoordiging (art. 79 lid 2 Rv). Op geschriften die procespartijen die niet door een advocaat worden vertegenwoordigd, of buiten hun advocaat om, naar de rechter sturen, behoort deze geen acht te slaan. Het lijkt mij onwenselijk om hierop in bijzondere omstandigheden uitzonderingen toe te laten of om het in het onteigeningsgeding, waarin het inderdaad wel eens voorkomt dat partijen per brief stukken indienen waarop de rechter acht slaat, minder nauw te nemen met de verplichte procesvertegenwoordiging.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2f7aecc0dc4766599855ad4fb2906c12930aba41263efd821711dbd34c960c07. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2f7aecc0dc4766599855ad4fb2906c12930aba41263efd821711dbd34c960c07, en de alinea staat in dat document op bytes 15577 tot 16559.