Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 oktober 2016
Onder 3.14 Parket bij de Hoge Raad 21 oktober 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 oktober 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1257.
Over die verweren wil ik slechts nog dit opmerken: de opmerking van de zoon van [eiser] ter pleitzitting dat de rechtbank de onteigening waarschijnlijk zou laten doorgaan indien het oordeel van de Afdeling in het nadeel van zijn vader zou uitvallen (geciteerd in de schriftelijke toelichting van de mrs. Sluysmans en Wiegerink, nr. 26), kan volgens mij niet worden (en is door de rechtbank blijkbaar ook niet) opgevat als behelzende instemming (als bedoeld in art. 6.1 van het Landelijk Procesreglement voor civiele dagvaardingszaken) van [eiser] ermee dat de rechtbank van het nog onbekende oordeel van de Afdeling zou kennisnemen en zonder hem gelegenheid te geven voor een reactie haar beslissing daarop zou baseren.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2f7aecc0dc4766599855ad4fb2906c12930aba41263efd821711dbd34c960c07. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2f7aecc0dc4766599855ad4fb2906c12930aba41263efd821711dbd34c960c07, en de alinea staat in dat document op bytes 27573 tot 28305.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2f7aecc0dc4766599855ad4fb2906c12930aba41263efd821711dbd34c960c07 | shasum -a 256