Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 november 2016

Onder 3.2. Parket bij de Hoge Raad 8 november 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 november 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1278.

20. Voor zover nog nodig na het voorgaande maakt het EHRM ook duidelijk met bijv. REDFEARN v. THE UNITED KINGDOM dat ook indirecte verenigingsdwang via indirecte pressiemiddelen zijn verboden via ro. 49: “Therefore, the principal question for the Court to consider is whether, bearing in mind the margin of appreciation afforded to the respondent State in this area, the measures taken by it could be described as “reasonable and appropriate ” to secure the applicant’s rights under Article 11 of the Convention (see, mutatis mutandis, Plattform “Arzte für das Leben ’’ v. Austria, cited above, §§ 32 - 34, Gustafsson v. Sweden, cited above, § 45, and Fuentes Bobo v. Spain, cited above, § 38).”. In Nederlandse verhoudingen toegepast op accountants, blijkt hier dat de Nederlandse Staat niet alleen geen “reasonable and appropriate” maatregelen heeft genomen maar juist welbewust maatregelen treft de rechten van cliënt onder art. 11 EVRM te beperken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d497772c9b1d6cd6aa78faf751e4804b3513860c941f77bf7d7da915586ed46b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d497772c9b1d6cd6aa78faf751e4804b3513860c941f77bf7d7da915586ed46b, en de alinea staat in dat document op bytes 18859 tot 19850.