Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 maart 2016

Onder 5 Parket bij de Hoge Raad 22 maart 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 maart 2016, ECLI:NL:PHR:2016:129.

Het hof is door deze argumenten er niet van overtuigd dat de verklaringen van verdachte over zijn gedachtegoed destijds ongeloofwaardig zijn. Het is immers niet onaannemelijk dat verdachte in zijn geschriften niet spreekt over de vroege fase maar enkel van preseniele dementie (wat niet anders inhoudt dan dementie bij mensen jonger dan 65 jaar) omdat anders de vergoeding van Exelon door de ziektekostenverzekeraar in gevaar kwam. Ook plaatst het hof de kanttekening bij de redenering van de rechtbank dat weliswaar vaststaat - verdachte heeft dat ook erkend - dat de patiëntendossiers die verdachte bijhield, uiterst gebrekkig, rommelig en onvolledig waren, maar dat dit in zijn algemeenheid niet betekent, dat bepaalde handelingen niet verricht zijn.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/75654eb90c74879fbec8db5b047034698f51e5da6c717f705fce6efbb648f3bc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 75654eb90c74879fbec8db5b047034698f51e5da6c717f705fce6efbb648f3bc, en de alinea staat in dat document op bytes 39223 tot 39990.