Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 januari 2016
Onder 4.10 Parket bij de Hoge Raad 22 januari 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 januari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:13.
Hiervoor werd aangegeven dat art. 11g Bbsh (oud), anders dan art. 7:220 leden 5 en 6 BW, volgens het Hof van dwingend recht is. Het Hof baseert dat oordeel op een arrest van het Hof Amsterdam. Die opvatting berust m.i. op een verkeerde lezing van dat arrest. In die zaak had de Kantonrechter geoordeeld dat de stelling of art. 7:220 BW van regelend recht is geen beantwoording behoeft, nu gesteld noch gebleken is dat partijen daarvan in de huurovereenkomst zijn afgeweken. Het Hof volstaat in die zaak met het oordeel dat niet “valt in te zien waarom deze overweging onjuist zou zijn” (rov. 3.3). Dat arrest zegt dus, anders dan het arrest a quo meent, niets over art. 11g Bbsh (oud) en het zegt niet wat het Hof denkt met betrekking tot art. 7:220 BW.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a3ff0d487ae978e784b17c8fddb4988f593f4297bf8f02afd5e68d47e3ab5efa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a3ff0d487ae978e784b17c8fddb4988f593f4297bf8f02afd5e68d47e3ab5efa, en de alinea staat in dat document op bytes 38696 tot 39594.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a3ff0d487ae978e784b17c8fddb4988f593f4297bf8f02afd5e68d47e3ab5efa | shasum -a 256