Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 december 2016

Onder 2.15 Parket bij de Hoge Raad 23 december 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 december 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1321.

Naar het oordeel van het hof zou het hof Arnhem, op basis van de onderbouwde stellingen van Lizondo tenminste als voorshands aannemelijk hebben aangenomen dat sprake was van een geldleningsovereenkomst tussen Lizondo en [eiser] . Het is niet aannemelijk dat het hof Arnhem (al dan niet na (tegen)bewijs- levering) tot de conclusie zou zijn gekomen dat [eiser] met zijn verweer dat partijen hadden afgesproken dat Lizondo haar geld risicodragend in het restaurant had geïnvesteerd, het voorshands geleverde bewijs had kunnen ontzenuwen. Dat Lizondo zich met de exploitatie van het restaurant bemoeide, de financiële administratie verzorgde, over de bankrekening van het restaurant kon beschikken en de contacten onderhield met de verhuurder en/of de boekhouder, zoals [eiser] heeft aangevoerd, acht het hof onvoldoende. Het restaurant stond immers niet mede op naam van Lizondo, terwijl dit wel voor de hand had gelegen als partijen werkelijk een exploitatie voor gezamenlijk risico beoogden. Dit klemt te meer in het licht van de hiervoor genoemde door Lizondo overgelegde stukken waaruit blijkt dat sprake was van een geldlening. [eiser] heeft voorts niet toegelicht op welke wijze hij, in het kader van het door hem te leveren tegenbewijs, zijn stelling dat sprake was van de investering van risicodragend kapitaal door Lizondo nader had kunnen onderbouwen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0a782db90d54604b1a88bfffc1e36623bb01ae221a28ebd11c2a284245a4c52b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0a782db90d54604b1a88bfffc1e36623bb01ae221a28ebd11c2a284245a4c52b, en de alinea staat in dat document op bytes 21699 tot 23073.