Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 december 2016

Onder 2.9 Parket bij de Hoge Raad 23 december 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 december 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1321.

Ook deze klachten kunnen niet slagen. Bij toepassing van de kansschadeleer moet de rechter de omvang van de verloren kans bepalen aan de hand van een schatting van de goede en kwade kansen. Hierbij dient de feitelijke situatie na de beroepsfout te worden vergeleken met de hypothetische situatie die zou hebben bestaan als de beroepsfout wordt weggedacht . Anders dan het subonderdeel aandraagt, zie ik de wijze waarop het hof een eventuele tegenbewijslevering in de onderliggende procedure taxeert niet als een verboden prognose van de uitkomst van tegenbewijslevering, maar als een feitelijke waardering van de stellingen van partijen. In het kader van het onderzoek naar de reële kans van slagen in de onderliggende procedure mocht het hof hier tegenover elkaar stellen een onder meer met stukken van boekhouders en schriftelijke verklaringen onderbouwde positie van [eisers] wederpartij dat en waarom sprake was van een geldlening, tegenover [eisers] niet met stukken onderbouwde stelling dat sprake was van risicodragende kapitaalverstrekking, althans van een veel lagere lening. Het hof kon in het kader van die toets op een reële kans van slagen betrekken dat [eiser] niet had aangegeven hoe hij dat voorshands geleverde bewijs van zijn wederpartij in de onderliggende procedure zou hebben willen ontzenuwen, zou hij zijn toegelaten tot tegenbewijslevering. Daarin zit geen tegenstelling, zoals subonderdeel II.3 ten onrechte aandraagt. Op zichzelf is juist dat in het algemeen gesproken aan tegenbewijs geen substantiëringseisen behoren te worden gesteld en niet op het resultaat van bewijslevering mag worden vooruitgelopen, maar dat is hier niet het punt , omdat het hier gaat om een prognose van de uitkomst in het kader van de toets of [eisers] verweer in de onderliggende zaak reële kans van slagen zou hebben gehad (zodat in deze ‘procedure in de procedure’ juist wel een inschatting van de kans van slagen van mogelijke bewijslevering moest worden verschaft). Die toets van een hypothetische situatie is in die zin inherent speculatief. De slotklacht (toelating tot tegenbewijs impliceert reële kans) miskent het hiervoor geschetste juiste rechtskader en stuit daar op af.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0a782db90d54604b1a88bfffc1e36623bb01ae221a28ebd11c2a284245a4c52b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0a782db90d54604b1a88bfffc1e36623bb01ae221a28ebd11c2a284245a4c52b, en de alinea staat in dat document op bytes 40903 tot 43211.