Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 december 2016

Onder 4.4 Parket bij de Hoge Raad 23 december 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 december 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1322.

Het hof acht het verweer juist. Het mag waar zijn dat [B] ontbonden is en mogelijk ook dat de vereffening is geëindigd (hoewel zij nog wel met een pretense schuldeiser, te weten [eiser], procedeert en de vereffening dus nog wel lichte stuiptrekkingen vertoont) en [B] ingevolge artikel 2:19 BW dan rechtens niet meer bestaat, maar in één in dit verband relevant opzicht bestaat zij feitelijk nog wel. Zij is immers nog steeds een (historische) entiteit waarop artikel 2:23c BW toepasselijk is en die dus vatbaar is voor herleving indien nog een schuldeiser of gerechtigde tot het saldo opkomt of van het bestaan van een bate blijkt. Het eerste is mogelijk al gebeurd en het tweede zal in het door [eiser] veronderstelde geval gebeuren.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/445e4954ae758015df2817de98435e746dfde7449a9f9798be2bdc41ad639748. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 445e4954ae758015df2817de98435e746dfde7449a9f9798be2bdc41ad639748, en de alinea staat in dat document op bytes 17727 tot 18478.