Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 december 2016

Onder 2.4 Parket bij de Hoge Raad 23 december 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 december 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1322.

Een derdenbeding is een afspraak waarbij de ene partij, de bedinger of stipulator, iets bedingt (doorgaans een prestatie) van de andere partij, de belover, promissor of promittens, ten behoeve van een derde . Alleen wanneer de derde aan de overeenkomst een eigen zelfstandig (vorderings)recht kan ontlenen, is sprake van een derdenbeding . Of dit het geval is, moet door middel van uitleg van de overeenkomst worden vastgesteld, zodat de wilsvertrouwensleer van toepassing is . Dat betekent onder andere dat een derdenbeding ook stilzwijgend kan zijn overeengekomen en dat in ieder geval niet juist is dat alleen sprake kan zijn van een derdenbeding als dat bewust door stipulator en promittens is beoogd . Bijzonderheid is dat een overeenkomst met derdenbeding na aanvaarding van het beding door de derde een drie-partijenovereenkomst wordt met de derde als contractspartij naast de stipulator en promittens (art. 6:254 BW, regelend recht volgens art. 6:250 BW).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/445e4954ae758015df2817de98435e746dfde7449a9f9798be2bdc41ad639748. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 445e4954ae758015df2817de98435e746dfde7449a9f9798be2bdc41ad639748, en de alinea staat in dat document op bytes 23638 tot 24867.