Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 december 2016
Onder 2.17 Parket bij de Hoge Raad 23 december 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 december 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1322.
Subonderdeel II.3 vervolgt met de rechtsklacht dat onjuist is dat succesvolle actie uit ongerechtvaardigde verrijking van [eiser] een ongerechtvaardigde verrijking van hem zelf oplevert in de vorm van een daardoor verkregen recht van parate executie, dat art. 3:287 BW hem nu juist ontzegt. Dit is een miskenning van art. 3:287 lid 2 BW: zolang de rechter nog niet op verzoek van een belanghebbende heeft beslist dat de vereffening van [B] wordt heropend, is [eisers] vordering op NN verhaalbaar zonder dat hem andere rechten van derden op deze vordering kunnen worden tegengeworpen. Daar is maar één uitzondering op, te weten een tussenpersoon die volgens art. 7:936 lid 2 (bedoeld zal zijn: BW) recht heeft op afdracht, die zich naar in cassatie tot uitgangspunt dient hier niet voordoet.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/445e4954ae758015df2817de98435e746dfde7449a9f9798be2bdc41ad639748. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 445e4954ae758015df2817de98435e746dfde7449a9f9798be2bdc41ad639748, en de alinea staat in dat document op bytes 45255 tot 46107.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/445e4954ae758015df2817de98435e746dfde7449a9f9798be2bdc41ad639748 | shasum -a 256