Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 december 2016

Onder 2.14 Parket bij de Hoge Raad 23 december 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 december 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1325.

De respons van het hof op de onder d en onder e bedoelde stellingen ligt besloten in het oordeel van het hof dat Mispelhoef blijkens “de aan de Gemeente en het Waterschap gezonden brieven van 12 februari 2003” ten laatste op 12 februari 2003 ermee bekend was dat haar schade mogelijk door handelingen van de Gemeente, het Waterschap en/of Rijkswaterstaat was veroorzaakt. Dit oordeel is om redenen uiteengezet onder 2.6 en 2.7 onjuist noch onbegrijpelijk. Bovendien wordt met de onder d genoemde stelling miskend dat voor aanvang van de verjaringstermijn van art. 3:310 lid 1 BW niet is vereist dat de (exacte) oorzaak van de schade vaststaat .

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a2185fb7102f03b826bebd787a9e378ce9e9911f43495ccbd12330b0868e1e27. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a2185fb7102f03b826bebd787a9e378ce9e9911f43495ccbd12330b0868e1e27, en de alinea staat in dat document op bytes 68178 tot 69042.