Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 december 2016

Onder 1.10 Parket bij de Hoge Raad 23 december 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 december 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1325.

Bij dagvaarding van 30 mei 2013 heeft Mispelhoef bij de rechtbank Den Haag gevorderd: i) een verklaring voor recht dat haar rechtsvordering jegens de Staat tot vergoeding van de schade die zij heeft geleden ten gevolge van de door Rijkswaterstaat verrichte werkzaamheden niet is verjaard, ii) veroordeling van de Staat tot vergoeding van de door haar geleden “oude” schade, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, alsmede iii) veroordeling van de Staat tot betaling van de buitengerechtelijke kosten en de proceskosten. Mispelhoef heeft aan haar vorderingen ten grondslag gelegd dat zij, vóórdat het onderzoeksrapport van het adviesbureau (op 10 oktober 2008; LK) was uitgebracht, niet bekend was en ook niet bekend kon zijn met het feit dat Rijkswaterstaat aansprakelijk was. De korte verjaringstermijn van art. 3:310 lid 1 BW is volgens Mispelhoef dan ook pas gaan lopen op het moment dat zij met dat onderzoeksrapport bekend was .

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a2185fb7102f03b826bebd787a9e378ce9e9911f43495ccbd12330b0868e1e27. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a2185fb7102f03b826bebd787a9e378ce9e9911f43495ccbd12330b0868e1e27, en de alinea staat in dat document op bytes 11274 tot 12304.