Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 december 2016
Onder 2.5 Parket bij de Hoge Raad 23 december 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 december 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1325.
Het moment waarop de benadeelde kan worden geacht daadwerkelijk in staat te zijn een rechtsvordering tegen de schadeveroorzaker in te stellen, is, zoals hiervóór (onder 2.4) reeds opgemerkt, afhankelijk van alle omstandigheden van het concrete geval . In de literatuur is wel betoogd dat het omslagpunt ligt op het moment waarop van de benadeelde redelijkerwijs juridische actie tegen de (mogelijke) schadeveroorzaker mag worden verlangd . Van Dijk wijst evenwel erop dat niet zeker is hoe de Hoge Raad aankijkt tegen de gedachte dat de korte termijn eerst moet gaan lopen als het vermoeden bij de benadeelde zodanig sterk is dat redelijkerwijze van de benadeelde kan worden gevergd dat hij tot juridische actie komt .
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a2185fb7102f03b826bebd787a9e378ce9e9911f43495ccbd12330b0868e1e27. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a2185fb7102f03b826bebd787a9e378ce9e9911f43495ccbd12330b0868e1e27, en de alinea staat in dat document op bytes 35029 tot 35952.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a2185fb7102f03b826bebd787a9e378ce9e9911f43495ccbd12330b0868e1e27 | shasum -a 256