Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 december 2016

Onder 2.5 Parket bij de Hoge Raad 23 december 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 december 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1325.

Smeehuijzen stelt dat ook de onderzoeksplicht subjectief dient te worden ingekleurd: het gaat uiteindelijk om “wat de betreffende benadeelde gelet op zijn werkelijke kennis met het oog op het belang van de debiteur aan feiten zou moeten achterhalen” . Hij wijst erop dat een onderzoeksplicht voor de hand ligt in gevallen waarin er bekendheid is met de fout. Voorts kunnen volgens Smeehuijzen een rol spelen: i) het bestaan van de schade; naarmate dat bestaan waarschijnlijker is, zal eerder een onderzoeksplicht kunnen worden aangenomen, en ii) de bezwaarlijkheid van het instellen van onderzoek, gelet op kosten, moeite en de mate waarin het onderzoek de benadeelde overigens bezwaart en het te verwachten resultaat . Ook ik heb in mijn conclusie onder 2.11 in fine voor HR 20 februari 2004 ( [.../...] ), ECLI:NL:HR:2004:AN8903, NJ 2006/113, betoogd dat van de benadeelde een actieve houding mag worden verlangd. De verjaringstermijn begint niet pas begint te lopen wanneer de benadeelde er geheel klaar voor is om zijn rechten geldend te maken; mijns inziens is de benadeelde reeds daadwerkelijk in staat een rechtsvordering in te stellen op het moment dat er voor hem voldoende aanleiding is nadere maatregelen tot vaststelling van schade en aansprakelijkheid te treffen. In zoverre deel ik niet de opvatting van mijn voormalige ambtgenoot Hartkamp, die zich tegen een onderzoeksplicht heeft uitgesproken .

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a2185fb7102f03b826bebd787a9e378ce9e9911f43495ccbd12330b0868e1e27. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a2185fb7102f03b826bebd787a9e378ce9e9911f43495ccbd12330b0868e1e27, en de alinea staat in dat document op bytes 37851 tot 39536.