Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 december 2016
Onder 2.7.2 Parket bij de Hoge Raad 16 december 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 december 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1328.
Uit het voorgaande volgt dat de wetgever bij de invoering van titel 7.4 niet heeft beoogd dat in geval van gemengde overeenkomsten als de onderhavige de dwingendrechtelijke bepalingen van huur van bedrijfsruimte steeds dienen te prevaleren. De wetgever heeft aan de rechter de ruimte gelaten om in voorkomende gevallen te oordelen dat bepaalde regels van dwingend recht niet van toepassing zijn op de voorliggende gemengde overeenkomst. Dat dwingend huurrecht bij een gemengde overeenkomst bij uitzondering buiten toepassing kan blijven, wordt ook in de literatuur aangenomen. Het onderdeel faalt eveneens voor zover het betoogt dat het hof een onjuiste maatstaf heeft gehanteerd door te onderzoeken of het verlenen van cateringdiensten in de overeenkomst zodanig centraal staat en overheerst dat het huurelement daaraan onderschikt is. Niet valt in te zien waarom deze maatstaf daartoe niet zou kunnen worden gehanteerd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/75568a2a651f16ab6f21c6e189cf289eba8269dee219cad88895e17ef98f9086. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 75568a2a651f16ab6f21c6e189cf289eba8269dee219cad88895e17ef98f9086, en de alinea staat in dat document op bytes 41481 tot 42544.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/75568a2a651f16ab6f21c6e189cf289eba8269dee219cad88895e17ef98f9086 | shasum -a 256