Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 december 2016

Onder 2.3.4 Parket bij de Hoge Raad 16 december 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 december 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1328.

Zo omschrijft De Vries enerzijds de situatie van het Timeshare-arrest als “een onbenoemde overeenkomst die elementen bevat van een benoemde overeenkomst, maar welke elementen zodanig ondergeschikt zijn dat de wettelijke bepalingen daarvan niet van toepassing zijn (…)”. Anderzijds merkt hij op dat wanneer bij een gemengde overeenkomst de hoofdregel van cumulatie niet kan worden toegepast, de rechter kan aannemen dat dwingende regels omtrent bijvoorbeeld huurbeëindiging niet van toepassing zijn als de elementen van het ander type benoemde contract duidelijk overheersen. Dit laatste heeft het hof in de voorliggende zaak in rov. 4.9 tot uitdrukking gebracht. In zekere zin zou men kunnen zeggen dat het hof daarmee weer is teruggekomen bij het punt waar het eerder oordeelde, dat sprake was van een gemengde overeenkomst.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/75568a2a651f16ab6f21c6e189cf289eba8269dee219cad88895e17ef98f9086. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 75568a2a651f16ab6f21c6e189cf289eba8269dee219cad88895e17ef98f9086, en de alinea staat in dat document op bytes 30389 tot 31364.