Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 december 2016

Onder 2.27 Parket bij de Hoge Raad 16 december 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 december 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1329.

Subonderdeel 3.2 strekt tot betoog dat de enkele omstandigheid dat “van een schenking niet gebleken ” is niet kan leiden of bijdragen tot het oordeel dat [eiser] ook daadwerkelijk wist dat tot de boedel behoorde een vordering uit onverschuldigde betaling ten belope van € 643.497 en daarmee dat van opzettelijk verzwijgen of verborgen houden van zojuist bedoelde vordering sprake was. Daartoe is volgens het subonderdeel vereist dat, na eventuele bewijslevering ter zake door [verweerder] , vast is komen te staan dat van schenking geen sprake is geweest. Voor het intreden van de sanctie van art. 3:194 lid 2 BW is volgens het subonderdeel alleen dan plaats, wanneer uitgesloten is dat de litigieuze overboeking ten titel van schenking heeft plaatsgevonden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b5d209e0ec491fd9fb1a2e47e5259154de5e5884acc789cbe13e01e10ed81316. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b5d209e0ec491fd9fb1a2e47e5259154de5e5884acc789cbe13e01e10ed81316, en de alinea staat in dat document op bytes 63761 tot 64726.