Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 december 2016

Onder 2.31 Parket bij de Hoge Raad 16 december 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 december 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1329.

Voor zover de klachten tot uitgangspunt nemen dat [eiser] meende en redelijkerwijs mocht menen dat daadwerkelijk sprake was geweest van een schenking, respectievelijk dat het hof niet heeft vastgesteld dat [eiser] niet meende en ook niet redelijkerwijze mocht menen dat een schenking aan hem had plaatsgevonden (subonderdeel 3.3) dan wel dat niet vast staat dat [eiser] in 2008 wist dat een vordering uit onverschuldigde betaling tot de nalatenschap behoorde (subonderdeel 3.4), stuiten zij af op het in cassatie tevergeefs bestreden oordeel dat van een schenking niet is gebleken. De klachten falen derhalve.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b5d209e0ec491fd9fb1a2e47e5259154de5e5884acc789cbe13e01e10ed81316. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b5d209e0ec491fd9fb1a2e47e5259154de5e5884acc789cbe13e01e10ed81316, en de alinea staat in dat document op bytes 70073 tot 70696.