Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 december 2016

Onder 1.3 Parket bij de Hoge Raad 16 december 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 december 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1329.

[verweerder] heeft aan deze vordering – samengevat – het volgende ten grondslag gelegd. Het is aan erflaatster nimmer bekend geweest dat [eiser] zich haar Zwitserse vermogen heeft toegeëigend. [eiser] heeft eerst op 3 juni 2011, in de procedure betreffende het verzoek tot zijn ontslag als executeur, gesteld dat hij het saldo van de Zwitserse nummerrekening op verzoek van erflaatster heeft overgeboekt. Erflaatster kan nimmer een verzoek tot het doen van een schenking hebben gedaan, omdat de wil van erflaatster om [eiser] te bevoordelen op of omstreeks 30 mei 2008 niet meer aanwezig kan worden geacht. [eiser] heeft het saldo zonder recht of titel onttrokken aan het vermogen van erflaatster. [eiser] heeft opzettelijk de schuld aan de nalatenschap verzwegen. Gelet op art. 3:194 lid 2 BW verbeurt hij zijn aandeel in het tot de gemeenschap behorende goed dat hij verzwegen heeft.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b5d209e0ec491fd9fb1a2e47e5259154de5e5884acc789cbe13e01e10ed81316. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b5d209e0ec491fd9fb1a2e47e5259154de5e5884acc789cbe13e01e10ed81316, en de alinea staat in dat document op bytes 15223 tot 16202.