Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 december 2016

Onder 2.4 Parket bij de Hoge Raad 16 december 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 december 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1329.

Bij de beoordeling van de subonderdelen 1.1-1.4 staat het volgende voorop. Art. 150 Rv bepaalt dat de partij die zich beroept op rechtsgevolgen van door haar gestelde feiten of rechten daarvan de bewijslast draagt, tenzij uit enige bijzondere regel of uit de eisen van redelijkheid en billijkheid een andere verdeling van de bewijslast voortvloeit. Toepassing van deze laatste uitzondering kan slechts met terughoudendheid en onder bijzondere omstandigheden geschieden. De beslissing tot omkering van de bewijslast op grond van de redelijkheid en billijkheid dient te worden gemotiveerd, waarbij de rechter de omstandigheden moet vaststellen die hem tot dit oordeel hebben geleid en inzicht moet geven in de gedachtegang die hij daarbij heeft gevolgd. Voor de desbetreffende beslissing geldt echter geen verzwaarde motiveringsplicht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b5d209e0ec491fd9fb1a2e47e5259154de5e5884acc789cbe13e01e10ed81316. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b5d209e0ec491fd9fb1a2e47e5259154de5e5884acc789cbe13e01e10ed81316, en de alinea staat in dat document op bytes 28525 tot 29627.