Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 december 2016

Onder 2.8 Parket bij de Hoge Raad 16 december 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 december 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1329.

Gezien het vorenstaande is niet onbegrijpelijk en behoefde geen nadere motivering dat het hof toepassing heeft gegeven aan de uitzonderingsbepaling van art. 150 Rv. Dat wordt niet anders door de door [eiser] gestelde omstandigheden (i) dat het gaat om een schenking van niet bij de fiscus bekend vermogen en (ii) dat erflaatster in mei 2008 ter revalidatie in een zorghotel verbleef. Zelfs indien deze door [eiser] gestelde omstandigheden juist zijn, dan nog is het oordeel van het hof – dat er in essentie op neer komt dat de bewijslast wordt omgedraaid op grond van de aard van de gestelde overeenkomst (van schenking), de gang van zaken bij de effectuering van de gestelde schenking en het feit dat [eiser] daarover geen openheid heeft willen geven – niet onbegrijpelijk noch behoefde dit oordeel nadere motivering.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b5d209e0ec491fd9fb1a2e47e5259154de5e5884acc789cbe13e01e10ed81316. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b5d209e0ec491fd9fb1a2e47e5259154de5e5884acc789cbe13e01e10ed81316, en de alinea staat in dat document op bytes 34968 tot 35803.