Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 december 2016

Onder 4.22 Parket bij de Hoge Raad 16 december 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 december 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1330.

Gezichtspunt g (tijdstip aansprakelijkstelling en dagvaarding). Uit de feitenrechtspraak lijkt te volgen dat een tijdige aansprakelijkstelling en dagvaarding moet worden aangemerkt als voorwaarde of omstandigheid van zeer groot gewicht voor het doorbreken van de verjaring. Er is in de feitenrechtspraak nimmer een vaste termijn aanvaard. In 2009 is op verzoek van het IAS door de Commissie Hijma gerapporteerd over onder meer dit knelpunt uit de praktijk van de afwikkeling van mesothelioomclaims. Deze commissie heeft ervoor gepleit om een dagvaarding binnen twee jaar na de diagnose tijdig te achten. In de feitenrechtspraak lijkt thans eveneens de lijn te zijn dat het instellen van een rechtsvordering binnen twee jaar na het ontdekken van de ziekte tijdig is. Het aanhouden van een langere termijn wordt vaak niet gesauveerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f751ce9978296ca364df5de5b03c75114e8226a04e4eb5bbfa6891f664ae753b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f751ce9978296ca364df5de5b03c75114e8226a04e4eb5bbfa6891f664ae753b, en de alinea staat in dat document op bytes 106062 tot 107306.