Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 december 2016

Onder 4.56 Parket bij de Hoge Raad 16 december 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 december 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1330.

Dit feit betekent dat de te dezen toepasselijke verjaringstermijn van art. 3:310, lid 2 BW van 30 jaren verstreken is voordat van schade bleek en De Koning met zijn schade bekend kon raken en door deze schade aanleiding had tot hetzij aansprakelijkstelling hetzij instelling van een vordering ter zake. Het aanvaarden van het beroep op de verjaringstermijn betekent daarom in dit geval dat De Koning nimmer een rechtsvordering te dezer zake zou hebben gehad: vóór 1998 niet door het ontbreken van aantoonbare schade, na 1998 niet door het verstreken zijn van de 30-jarige verjaringstermijn. Die omstandigheid levert strijd op met het in art. 6 EVRM verankerde grondrecht van recht op toegang tot de rechter. Hierin ligt een belangrijke aanwijzing dat het onderhavige beroep op verjaring onaanvaardbaar is.”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f751ce9978296ca364df5de5b03c75114e8226a04e4eb5bbfa6891f664ae753b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f751ce9978296ca364df5de5b03c75114e8226a04e4eb5bbfa6891f664ae753b, en de alinea staat in dat document op bytes 152561 tot 153384.