Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 december 2016
Onder 4.66 (2) Parket bij de Hoge Raad 16 december 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 december 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1330.
(2) De materiële rechtvaardiging. Wanneer deze eerste ‘processuele’ toets gunstig uitpakt voor de vorderende partij, dient vervolgens te worden beoordeeld of er een materiële rechtvaardiging bestaat voor het doorbreken van de verjaring. Het ligt daarbij voor de hand aan te nemen dat aan dit vereiste is voldaan wanneer sprake is van een vordering van het slachtoffer of diens nabestaande(n) (gezichtspunt a) en het slachtoffer onmogelijk kon weten of hij (al dan niet) aan de ziekte leed, voordat de verjaringstermijn (nagenoeg) was verstreken. Dit sluit aan bij de EHRM-arresten Stubbings c.s./Verenigd Koninkrijk en Moor c.s./Zwitserland. Wanneer dit geval zich niet voordoet – de vorderende partij is bijvoorbeeld niet het slachtoffer of diens nabestaande – zal een ernstige mate van verwijtbaarheid van de aangesprokene (gezichtspunt c) alsnog een rechtvaardiging kunnen vormen voor het doorbreken van de verjaring. De stelplicht rust naar mijn mening in zoverre op de vorderende partij. Met het betoog dat het beroep op verjaring naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is, beroept de vorderende partij zich immers op rechtsgevolgen van door haar gestelde feiten (art. 150 Rv).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f751ce9978296ca364df5de5b03c75114e8226a04e4eb5bbfa6891f664ae753b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f751ce9978296ca364df5de5b03c75114e8226a04e4eb5bbfa6891f664ae753b, en de alinea staat in dat document op bytes 161579 tot 162913.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f751ce9978296ca364df5de5b03c75114e8226a04e4eb5bbfa6891f664ae753b | shasum -a 256