Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 december 2016
Onder 4.67 (3) Parket bij de Hoge Raad 16 december 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 december 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1330.
(3) De overige omstandigheden van het geval . Wanneer de aangesprokene niet onevenredig in zijn processuele positie is geschaad en er een materiële rechtvaardiging is voor het doorbreken van de verjaring, moet het beroep op verjaring in beginsel onaanvaardbaar worden geacht. De mate van verwijtbaarheid (gezichtspunt c), de voorzienbaarheid van de claim (gezichtspunt d), het bestaan van verzekeringsdekking (gezichtspunten f) en de overige omstandigheden van het geval kunnen echter in bijzondere gevallen alsnog aan doorbraak van de verjaring in de weg kunnen staan. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan het geval van een kleine en onverzekerde werkgever die geen ernstig verwijt treft. De stelplicht en bewijslast rusten in zoverre naar mijn mening op de aangesprokene. Daartoe is redengevend dat de aangesprokene zich in dat geval immers beroept op omstandigheden die, ondanks dat hij niet onevenredig in zijn processuele positie is geschaad en er een materiële rechtvaardiging is voor het doorbreken van de verjaring, alsnog aan dat resultaat in de weg zouden staan. Deze regel strookt met de beoogde bescherming van het slachtoffer en/of diens nabestaanden en de omstandigheid dat de in dit verband relevante feiten vooral in het domein van de aangesprokene zijn gelegen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f751ce9978296ca364df5de5b03c75114e8226a04e4eb5bbfa6891f664ae753b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f751ce9978296ca364df5de5b03c75114e8226a04e4eb5bbfa6891f664ae753b, en de alinea staat in dat document op bytes 162997 tot 164395.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f751ce9978296ca364df5de5b03c75114e8226a04e4eb5bbfa6891f664ae753b | shasum -a 256