Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 december 2016

Onder 5.6 Parket bij de Hoge Raad 16 december 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 december 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1330.

Subonderdeel 1.4 verdedigt dat het hof had moeten responderen op het betoog dat het verjaringsregime van art. 3:310 lid 2 BW en het daarop gegronde verjaringsverweer in strijd is met de redelijkheid en billijkheid. Ook die klacht faalt. Voor zover in feitelijke instanties is betoogd dat de toepassing van het bepaalde in art. 3:310 lid 2 BW in het algemeen in strijd is met de redelijkheid en billijkheid berust dat betoog op een onjuiste rechtsopvatting. [verzoekster] heeft daarom in zoverre geen belang bij de klacht. Voor zover de klacht verdedigt dat het hof voorbij heeft gezien aan het betoog dat het onderhavige verjaringsverweer van Maersk onaanvaardbaar is, mist de klacht feitelijke grondslag. Het hof heeft in rov. 4.6.-4.15. op basis van de gezichtspuntencatalogus onderzocht of het beroep van Maersk op verjaring naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f751ce9978296ca364df5de5b03c75114e8226a04e4eb5bbfa6891f664ae753b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f751ce9978296ca364df5de5b03c75114e8226a04e4eb5bbfa6891f664ae753b, en de alinea staat in dat document op bytes 170756 tot 171709.