Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 december 2016

Onder 5.17 Parket bij de Hoge Raad 16 december 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 december 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1330.

Subonderdeel 3.2 verdedigt dat het hof ten onrechte de stelling zou hebben gepasseerd dat de TAS-uitkering slechts 30% van het gevorderde bedraagt en dat reeds daarom gezichtspunt (b) voor (althans niet tegen) doorbreking van de verjaring pleit. Voorts zou het hof in dat licht ten onrechte hebben overwogen dat een substantieel deel van de schade is vergoed. Ook deze klacht faalt. Het hof had de omvang van de schade en de omvang van de uitkering blijkens rov. 4.7. en 4.9. scherp op het netvlies. Naar de vaststelling van het hof in rov. 4.7. bedroeg de uitkering op grond van de TAS € 18.106,--. In rov. 4.9. overweegt het hof over de omvang van de schade: “De vordering van [verzoekster] bedraagt (niet ruim € 61.000,-- zoals zij bij memorie van grieven schrijft, maar) bijna € 71.000,-- bestaande uit (in hoofdsom) € 60.000,-- wegens immateriële schade en (bijna) € 11.000,-- wegens materiële schade.” Deze vaststellingen kunnen de feitelijke slotsom van het hof dragen dat een substantieel gedeelte van de schade is vergoed. Het hof is op die grond tot het oordeel gekomen dat dit gezichtspunt niet wijst in de richting van doorbreking van de verjaring. Die gevolgtrekking is voorbehouden aan het hof als feitenrechter. Zij is niet onbegrijpelijk. Met de uitkering op grond van de TAS is immers circa 30% van het gevorderde schadebedrag reeds vergoed.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f751ce9978296ca364df5de5b03c75114e8226a04e4eb5bbfa6891f664ae753b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f751ce9978296ca364df5de5b03c75114e8226a04e4eb5bbfa6891f664ae753b, en de alinea staat in dat document op bytes 179485 tot 180930.