Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 december 2016

Onder 2.21 Parket bij de Hoge Raad 16 december 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 december 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1330.

“5.21. In het arrest van de Hoge Raad van 26 november 2004 (ECLI:NL:HR:2004:AR3138) is overwogen dat dit gezichtspunt aldus moet worden verstaan, dat het zeer in het algemeen de vraag aan de orde stelt of de aangesprokene in redelijkheid nog de mogelijkheid heeft zich tegen de vordering te verweren en dat daarbij niet van belang is door welke oorzaken bewijsmateriaal verloren is gegaan en of dit aan de aangesprokene valt toe te rekenen. Nu [betrokkene 1] in 1969 uit dienst is getreden is het voorstelbaar dat Maersk gelet op het tijdsverloop niet meer beschikt over relevante informatie om zich tegen de vordering te verweren en in aanzienlijke mate bemoeilijkt wordt in haar bewijsmogelijkheden. Naar het oordeel van de kantonrechter kan niet zonder meer worden geoordeeld dat op grond van de door [verzoekster] in het geding gebrachte getuigenverklaringen in vergelijkbare procedures waarin Maerks betrokken was, Maersk zich in redelijkheid nog kan verweren. Niet gesteld of gebleken is dat aan de hand van die stukken Maersk nog kan beschikken over relevante informatie ten aanzien van de dienstbetrekking van [betrokkene 1] . Dit gezichtspunt brengt dan ook geen gewicht in de schaal ten gunste van de doorbreking van de verjaring.”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f751ce9978296ca364df5de5b03c75114e8226a04e4eb5bbfa6891f664ae753b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f751ce9978296ca364df5de5b03c75114e8226a04e4eb5bbfa6891f664ae753b, en de alinea staat in dat document op bytes 35776 tot 37098.