Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 december 2016
Onder 2.7 Parket bij de Hoge Raad 16 december 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 december 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1335.
A-G Van Peursem is in zijn conclusie vóór dit arrest nog wat dieper ingegaan op het argument van precedentwerking. Z.i. gaat de vrees voor een nadelig ‘precedent’ als grond voor het toestaan van voeging veel te ver, omdat dan in elke (cassatie)procedure een derde met een belang bij (het voorkomen van) precedentwerking voeging kan vorderen, die dan zou moeten worden toegewezen. Een regeling die een derde die niet rechtstreeks bij het geding is betrokken, de mogelijkheid zou gaan bieden om, eventueel ook tegen de wil van (één van) de oorspronkelijke procespartijen in, als procespartij aan het geding deel te nemen, zou ook de deur kunnen openzetten voor een (vertragende) procestactiek, waarin partijen een bepaalde procedure tussen derden kunnen afwachten om naar gelang de rechtsontwikkeling op het betreffende terrein op het laatst denkbare moment, in cassatie, voeging te vorderen .
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7cab33e1797b4700e4a81bddac1a164aa03c3eef284c4fbd2374e487759f92d4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7cab33e1797b4700e4a81bddac1a164aa03c3eef284c4fbd2374e487759f92d4, en de alinea staat in dat document op bytes 12091 tot 13066.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7cab33e1797b4700e4a81bddac1a164aa03c3eef284c4fbd2374e487759f92d4 | shasum -a 256