Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 december 2016

Onder 4.22 Parket bij de Hoge Raad 15 december 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 december 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1350.

1. Art. 16 AWR vormt de concrete neerslag van de afweging door de wetgever van de abstracte rechtswaarden van rechtshandhaving en rechtsbescherming. De eerste volzin van het eerste lid geeft de fiscus de bevoegdheid alsnog een aanslag tot het juiste bedrag op te leggen; de tweede volzin perkt om redenen van rechtszekerheid deze bevoegdheid weer in. Sinds 4 mei 1994 is de tekst van de tweede volzin aangevuld: ondanks het ontbreken van een nieuw feit kan de inspecteur toch navorderen als de belastingplichtige ter zake van dat feit te kwader trouw is. In het bovenstaande arrest komt een aantal belangrijke punten van de navorderingsbevoegdheid aan de orde. Ten eerste geeft de Hoge Raad een nadere omschrijving van het begrip ,,te kwader trouw''. In de tweede plaats spreekt de Hoge Raad zich uit over de betekenis van het zorgvuldigheidsbeginsel voor de navorderingsbevoegdheid.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8add1ebcfb49ace1e85ae4e77886e0d6c98dd6d542e8a5c1bc4434a6755d3e95. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8add1ebcfb49ace1e85ae4e77886e0d6c98dd6d542e8a5c1bc4434a6755d3e95, en de alinea staat in dat document op bytes 81638 tot 82534.