Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 december 2016

Onder 4.33 Parket bij de Hoge Raad 15 december 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 december 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1350.

7. De Hoge Raad geeft wat mij betreft de wetgever een gevoelige tik op de neus en straft diens luiheid op het terrein van het formuleren van overgangsrecht nadrukkelijk af. Maar met dit arrest bakent de Hoge Raad de taken van de rechterlijke en de wetgevende macht ook duidelijk af. Het al dan niet formuleren van overgangsrecht is een taak van de wetgever en niet van de rechter. Als de wetgever uitdrukkelijk geen overgangsrecht formuleert, is geen taak voor de rechter weggelegd om hierin alsnog te voorzien. Men kan zich hooguit nog de situatie indenken dat de wetgever het hele fenomeen overgangsrecht over het hoofd heeft gezien. Dan zou ik mij nog kunnen voorstellen dat de rechter daar dan in voorziet, maar dat zal zich slechts bij hoge uitzondering voordoen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8add1ebcfb49ace1e85ae4e77886e0d6c98dd6d542e8a5c1bc4434a6755d3e95. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8add1ebcfb49ace1e85ae4e77886e0d6c98dd6d542e8a5c1bc4434a6755d3e95, en de alinea staat in dat document op bytes 107770 tot 108552.