Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 december 2016

Onder 2.3.3. Parket bij de Hoge Raad 15 december 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 december 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1350.

Het overwogene onder 2.3.2 brengt mee dat voor elke vanaf 1 juli 2011 gedane uitspraak op bezwaar heeft te gelden dat de inspecteur zich slechts op de in artikel 25, lid 3, AWR voorziene omkering en verzwaring van de bewijslast kan beroepen indien hetzij een informatiebeschikking onherroepelijk is geworden, hetzij de vereiste aangifte niet is gedaan. Daarbij is – anders dan in de toelichting op het middel wordt verondersteld – niet van belang of de belastingaanslag voor die datum is opgelegd. Evenmin is van belang of de belanghebbende voor die datum is gewezen op zijn verplichtingen uit hoofde van artikel 47 en volgende AWR en op de in artikel 25, lid 3, letter b, AWR (oud) en artikel 27e AWR (oud) geregelde gevolgen van het niet-nakomen van die verplichtingen voor de bewijslast ten aanzien van de juistheid van de (op te leggen) aanslag. Een dergelijke afwijking van de hoofdregel van onmiddellijke werking behoeft uitdrukkelijke vastlegging in een wettelijk voorschrift. Klaarblijkelijk heeft de wetgever daarvoor geen aanleiding gezien.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8add1ebcfb49ace1e85ae4e77886e0d6c98dd6d542e8a5c1bc4434a6755d3e95. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8add1ebcfb49ace1e85ae4e77886e0d6c98dd6d542e8a5c1bc4434a6755d3e95, en de alinea staat in dat document op bytes 110476 tot 111544.