Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 december 2016
Onder 4.42 Parket bij de Hoge Raad 15 december 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 december 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1350.
Art. 66, lid 3, SW 1956 is op 1 januari 2012 ingevoerd als onderdeel van een pakket maatregelen ter bestrijding van de zogenoemde ‘Edelweissroute’. Hiermee wordt gedoeld op situaties van nalatenschappen met buitenlands vermogen, welk vermogen door een (veelal buitenlandse) executeur pas na het verstrijken van de navorderingstermijn voor de heffing van erfbelasting aan de erfgenamen bekend wordt gemaakt. Art. 66, lid 3, SW 1956 bepaalt dat voor buitenlands vermogen dat niet, onjuist of onvolledig is opgegeven in de aangifte erfbelasting een onbeperkte navorderingstermijn geldt. Naast deze bepaling zijn overigens ook (informatie)verplichtingen ingevoerd voor erfgenamen en executeurs (zie art. 10a AWR jo. art. 10c Uitv.besl. SW 1956 en art. 72 SW 1956). Het niet voldoen aan deze verplichtingen kan voor de erfgenamen leiden tot een vergrijpboete. De executeur is hoofdelijk aansprakelijk voor al de door en bij het overlijden van de erflater verschuldigde erfbelasting (zie art. 47 IW 1990).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8add1ebcfb49ace1e85ae4e77886e0d6c98dd6d542e8a5c1bc4434a6755d3e95. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8add1ebcfb49ace1e85ae4e77886e0d6c98dd6d542e8a5c1bc4434a6755d3e95, en de alinea staat in dat document op bytes 133681 tot 134697.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8add1ebcfb49ace1e85ae4e77886e0d6c98dd6d542e8a5c1bc4434a6755d3e95 | shasum -a 256