Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 december 2016
Onder 4.59 Parket bij de Hoge Raad 15 december 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 december 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1350.
In de literatuur verschillen de meningen over de toepassing van art. 66, lid 3 op gevallen waarop de twaalfjaarstermijn op 31 december 2011 verstreken was. Doordat er niet voorzien is in een overgangstermijn, zou aan de inspecteur een onbeperkte navorderingsbevoegdheid toegekend kunnen worden voor reeds verjaarde zaken. Hamer geeft in 'De hoofdelijke aansprakelijkheid van de executeur voor erfbelasting', WPNR 2012/6942 aan dat de onbeperkte navorderingstermijn ook van toepassing is bij een nalatenschap van een in 1980 overleden erflater waartoe buitenlands niet/onjuist/onvolledig aangegeven vermogen behoorde. Uiteraard enkel indien ook aan de overige vereisten voor navordering is voldaan (art. 16 AWR). Hoogwout geeft in 'Toerekening of fiscale transparantie van het Afgezonderd Particulier Vermogen?', FTV 2012/10 aan dat deze onbeperkte navorderingstermijn mogelijk een schending van art. 1 Eerste Protocol (bij het EVRM) zou kunnen opleveren. Weijers geeft aan dat het niet de bedoeling kan zijn geweest dat de terugwerkende kracht van de onbeperkte navorderingstermijn ook zou gelden voor reeds verjaarde gevallen (zie M.B. Weijers, 'Van informatieverlichting naar informatieverplichting', MBB 2012/01). De Bont meent dat invoering van een onbeperkte navorderingstermijn een disproportioneel middel is ter bestrijding van een imaginair probleem. Hij stelt dat er in de praktijk niet tot nauwelijks gebruik wordt gemaakt van de Edelweiss-route. Van der Sar (TFO 2014/3) en Ulrich en Nuyens (WFR 2014/554) zijn van mening dat de invoering van lid 3 gepaard is gegaan met de nodige onzorgvuldigheid. Zo is het maar de vraag of de onbeperkte navorderingstermijn niet in strijd is met Europees recht. Ook zou het rechtszekerheidsbeginsel in geding zijn door het niet voorzien in overgangsrecht. Ten aanzien van het toekennen van terugwerkende kracht aan de bepaling, hebben Rechtbank Noord-Holland en Rechtbank Gelderland zich recent uitgesproken (Rechtbank Noord-Holland 18 juni 2015, nr. 14/1862, NTFR 2015/2270 en Rechtbank Gelderland 3 november 2015, nr. 15/3029, NTFR 2015/3229 ). De rechtbanken hebben geoordeeld dat noch uit de letterlijke tekst van art. 66, lid 3, noch uit het overgangsrecht, noch uit de parlementaire geschiedenis blijkt dat de wetgever terugwerkende kracht aan de regeling heeft willen toekennen voor gevallen waarin de navorderingsbevoegdheid op 1 januari 2012 reeds was verstreken. Hof Arnhem-Leeuwarden heeft in hoger beroep het vonnis van Rechtbank Gelderland bekrachtigd (Hof Arnhem-Leeuwarden 31 mei 2016, nr. 15/01509, ECLI:NL:GHARL:2016:4208). Het hof voegt daaraan toe dat wanneer de bevoegdheid tot navordering op 1 januari 2012 reeds was vervallen, een herleving van deze naheffingsbevoegdheid dusdanig zou ingrijpen op het wettelijk systeem, dat de wetgever deze terugwerkende kracht expliciet had moeten bepalen. Opgemerkt wordt bovendien dat een dergelijke herleving van de navorderingsbevoegdheid de vraag zou doen rijzen of dit niet in strijd is met Unierecht of art. 1 Eerste Protocol bij het EVRM.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8add1ebcfb49ace1e85ae4e77886e0d6c98dd6d542e8a5c1bc4434a6755d3e95. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8add1ebcfb49ace1e85ae4e77886e0d6c98dd6d542e8a5c1bc4434a6755d3e95, en de alinea staat in dat document op bytes 179781 tot 183356.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8add1ebcfb49ace1e85ae4e77886e0d6c98dd6d542e8a5c1bc4434a6755d3e95 | shasum -a 256