Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 december 2016

Onder 2.4 Parket bij de Hoge Raad 15 december 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 december 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1350.

13. De rechtbank is van oordeel dat uit de letterlijke tekst van artikel 66, derde lid, van de Wet niet volgt dat aan de bepaling onbeperkte terugwerkende kracht toekomt in die zin dat ook voor nalatenschappen als de onderhavige, waarvoor de bevoegdheid tot navordering op 1 januari 2012 reeds was vervallen, de in de tijd onbeperkte navorderingsbevoegdheid geldt. De bepaling spreekt immers van het ‘niet vervallen van de bevoegdheid tot navordering’. Naar het oordeel van de rechtbank dient dit aldus te worden opgevat dat de bevoegdheid tot navordering nog aanwezig diende te zijn ten tijde van de inwerkingtreding van de bepaling, derhalve op 1 januari 2012 (zie ook Rechtbank Noord-Holland, 18 juni 2015, ECLI:NL:RBNHO:2015:4824). De rechtbank overweegt evenwel dat voor de interpretatie van de strekking en reikwijdte van de bepaling tevens de parlementaire geschiedenis van belang is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8add1ebcfb49ace1e85ae4e77886e0d6c98dd6d542e8a5c1bc4434a6755d3e95. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8add1ebcfb49ace1e85ae4e77886e0d6c98dd6d542e8a5c1bc4434a6755d3e95, en de alinea staat in dat document op bytes 23576 tot 24548.