Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 december 2016

Onder 3.2 Parket bij de Hoge Raad 15 december 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 december 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1350.

Daarmee miskent het Hof dat geen sprake is van (formele) terugwerkende kracht. De Hoge Raad heeft zich in het verleden reeds uitgelaten over de toepassing van een nieuw wetsartikel inzake de mogelijkheid tot navorderen. Zie in dit kader de arresten HR 11 juni 1997, nr. 32 229, BNB 1997/384, m.nt. Happé en HR 12 mei 1999, nr. 34 347, BNB 1999/258. Hoewel de Hoge Raad dit niet zelf expliciet oordeelt, kan worden geconcludeerd dat hij aansluit bij het moment van het opleggen van de navorderingsaanslag voor het toepassen van de nieuwe rechtsregel. Bevestiging daarvoor vind ik in de noot van Feteris onder het arrest HR 29 maart 2002, nr. 36 655, BNB 2002/255. In de noot merkt Feteris op:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8add1ebcfb49ace1e85ae4e77886e0d6c98dd6d542e8a5c1bc4434a6755d3e95. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8add1ebcfb49ace1e85ae4e77886e0d6c98dd6d542e8a5c1bc4434a6755d3e95, en de alinea staat in dat document op bytes 37870 tot 38703.