Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 oktober 2016
Onder 4.15 Parket bij de Hoge Raad 21 oktober 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 oktober 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1372.
De alinea’s 14-17 van onderdeel 1.2 richten zich tegen het oordeel van het hof dat uit de inleidende dagvaarding voldoende duidelijk was dat Achmea tevens optrad in de hoedanigheid van gevolmachtigde (rov. 4.5 (1)). Het onderdeel ziet in essentie op het volgende. Op grond van het arrest [...] /ABN AMRO dienen strenge eisen te worden gesteld aan de omschrijving van de identiteit en hoedanigheid van degene op wiens verzoek de dagvaarding wordt uitgebracht. Het hof heeft deze rechtsregel voorop gesteld en is daarna tot het oordeel gekomen dat bij de inleidende dagvaarding reeds voldoende duidelijk was dat Achmea tevens optrad als gevolmachtigde. Daf bepleit in cassatie dat dit oordeel (gezien het stringente criterium van het arrest [...] /ABN AMRO) onbegrijpelijk is. Achmea zou namelijk niet tot uitdrukking hebben gebracht dat zij optrad als gevolmachtigde van een andere partij. Daf zou uit de inleidende dagvaarding slechts hebben begrepen dat Achmea de procedure in eigen naam voert. In dat verband heeft Daf verwezen naar vindplaatsen in haar processtukken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aef79485bb68aef089cf3c990265887d411a1ce0e5e45673fca5c4cf50b4ab98. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aef79485bb68aef089cf3c990265887d411a1ce0e5e45673fca5c4cf50b4ab98, en de alinea staat in dat document op bytes 64304 tot 65581.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/aef79485bb68aef089cf3c990265887d411a1ce0e5e45673fca5c4cf50b4ab98 | shasum -a 256